The marathon life (5): almost D-day

Lieve lezers. Mag ik u met schaamrood op de wangen even bekennen hoe naïef ik ben geweest de afgelopen maand? Nog twee weken alvorens we weer mogen lopen tot het zwart ziet voor de ogen: de marathon van Amsterdam komt eraan. En deze maand, verdorie, heb ik afgezien! Het was een maand van overmoed, persoonlijke beslissingen en het verlies van zelfvertrouwen. En bovenal van knokken en doorbijten. Misschien niet de leukste maand voor mij, maar voor u wordt het vast een fijne rit! Let’s go!

Een geval van overmoed.

Tijdens de vorige update kon u lezen hoe ik steeds meer gefocust was op sneller worden. Ik ben de vorige maand veranderd in een soort rupsje-nooit-genoeg. Elke week wilde ik op dinsdag mijn intervaltraining intenser maken en op donderdag minstens een minuut sneller die 10 miles lopen. Aanvankelijk lukte dat zelfs! Elke week werden de tijden scherper en ik dook ook steeds vaker onder die 5 min/km op mijn loopjes tot 13 kilometer. Fijn! Intussen begon ik ook die lange duurlopen op zaterdag aan hetzelfde opgefokte tempo uit te voeren. Elke kilometer keek ik op mijn horloge om te zien of het nog wel hard genoeg ging. Anders stak ik een tandje bij… Ik voelde me onvermoeibaar, ook al begon mijn lichaam hier en daar signalen te vertonen dat het dit keer – alle loopsceptici mogen nu verzadigd in hun vuistje lachen – echt niet goed was voor mijn lichaam.

Lopen tot je breekt

Op loopgebied ging het goed (vond ik), maar emotioneel kreeg ik klappen te verwerken. Er kwamen deze maand enorm goede dingen op mijn pad, maar ook veel zaken waar ik persoonlijk even van moest helen. Zonder erover te veel uit te wijden, kan ik stellen dat er toch wel wat traantjes gevloeid zijn (terwijl het NIET die periode van een maand was voor een keer). Hoe lossen lopers hun problemen op? Juist. Ik loop er letterlijk van weg tot ik ergens onderweg de oplossing voor mijn probleem tegenkom. Of misschien tot ik de hele zaak kan relativeren, waarna er geen oplossing meer nodig is.

Op een bijzonder bittere dinsdagochtend trok ik zo mijn schoenen aan voor een intervaltraining. Nooit liep ik sneller en met elke kilometer onder de 5 min/km voelde ik me beter, krachtiger, maar ook meer verdoofd. Voet na voet liep ik weg van de ellende tot ik terugkeren kon. Ik vertrok ontheemd, maar kwam mezelf onderweg gelukkig weer tegen. Ik ontmoette op mijn tocht de variant van mezelf die ik bijzonder graag zie, die krachtige vrouw die de wereld aankan. Zij nam de ontheemde versie bij de hand en samen renden we verder tot ik na 13 kilometer weer bijna mezelf was. Het was ook het moment waarop ik besefte dat mijn wangen nat waren. Het was geen zweet.

Wat als je toch een keertje opgeeft?

Fysiek was ik eigenlijk ook op een breekpunt gekomen toen: de emotie gaf mijn trainingen meer power, maar uiteindelijk was ik aan het opbranden. Ook mentaal was ik aan het einde van mijn krachten. De korte trainingen doorheen de week gingen goed, maar in het weekend kon ik me niet meer opladen voor mijn langere duurlopen. De 30’er heb ik met de tanden op elkaar uitgelopen, maar toen kwam 31,5 kilometer de week erna..

Al op 3 kilometer was een eerste toiletpauze nodig. Bij elke slok water en bij elke poging tot eten zou dat zich herhalen tot ik op 19 kilometer al 7 keer gestopt was. Ik was op. Lopen en blijven lopen: dat gaat. Keer op keer opnieuw moeten beginnen lukte me 7 keer, maar de 8ste keer was gewoon… te veel. Ik had geen zin in nog 11 kilometer. De energietank was al meer dan leeg en op dat punt begon mijn beperkte maaginhoud zich ook nog eens een weg naar boven te banen… Achteraf gezien had ik waarschijnlijk een milde buikgriep te pakken…

De 21 heb ik al strompelend nog aangetikt, maar toen was het echt voorbij. Al liftend ben ik naar huis gesukkeld. Zo boos op mezelf, zo teleurgesteld. Had ik die 10 kilometer extra nu echt niet meer gekund? Fysiek gezien met een paar noodzakelijke stops waarschijnlijk wel. Er moet toch een punt komen waarop het meeste je lichaam verlaten heeft? Maar mentaal had ik een rustpauze nodig. Lichaam en geest zeiden stop en ik luisterde…

Op naar 33 kilometer.

De vrouw die me een lift naar huis gaf vanuit Haacht wond er geen doekjes om: kop omhoog. Volgende keer beter. Gelijk had ze, verdomme! De week erna zorgde ik opnieuw veel beter voor mezelf: ik sliep een uur of 9 per nacht, overat me niet, maar zorgde voor een uitgebalanceerd dieet. Ik spaarde mezelf bij de trainingen tijdens de week. En dan kwam zaterdagochtend opnieuw. Met bibberende knietjes en een voorraadje Immodium instant ging ik op weg. Dit keer hield ik me bewust aan een lagere snelheid: ik wilde niet nog is opbranden. Onderweg stopte ik twee keer voor een dixi, maar vol trots kon ik op een uurtje of 3 de 33 kilometer aanraken. De laatste 5 kilometer liep ik zelfs met daddy himself aan mijn zijde om mijn gezaag aan te horen…

Maar om eerlijk te zijn: dat gezaag viel volgens mij best mee. Ik kon me geen betere generale repetitie inbeelden voor Amsterdam. Het ging as easy as 33 kilometers can go. Twee traantjes van opluchting heb ik toch nog gelaten en ik heb er veel vertrouwen in dat het tot in Amsterdam de laatste zullen zijn. Mijn leven zit weer op de rails, maar ik vermoed niet dat het zonder lopen als uitlaatklep zo vlot gegaan zou zijn. En zeg nu nog ne keer dat dat ‘allemaal toch niet zo goed is voor uw lichaam’?! Mijn lichaam, that’s titanium, verdorie. Dat kan alles aan.

Een gedachte over “The marathon life (5): almost D-day

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s