Een portie pure wilskracht: Olivier Kronal

Als wilskracht in pakjes in de supermarkt te koop was, heeft Olivier Kronal die afdeling vast geplunderd… Zo lijkt het toch als ik met hem een babbeltje sla! Deze ultratrailrunner praat met liefde over zijn passie, die hem (mede) door zijn diabetes voor grote uitdagingen stelt! Tijd voor een gesprek over overwinningen, insuline en puur karakter. 

Dag Olivier, jij bent een ultratrailer. Kan je ons vertellen wat dat precies inhoudt?

Dat is onverhard lopen in bossen, bergen, woestijnen over uiteenlopende afstanden. Ik ben een allround trailer: ik heb de woestijn al gehad en nu wil ik meer in de bergen gaan lopen! Die hoogtemeters van Alpen zijn weer wat anders. Elke omgeving heeft andere uitdagingen! Er zijn ook de lopers op weg die zulke lange afstanden maken, maar zij gaan meestal sneller. Trailrun is echt gefocust op onverhard terrein.

Hoe ben jij daar zelf mee begonnen?

Ik ben eigenlijk altijd al sportief geweest: voetbal, tennis,… Trailrun is er gekomen door mijn diabetes. Ik zat in het leger toen diabetes type 1 werd vastgesteld. In die sector ben je dan meteen volledig afgeschreven: er komt een einde aan je carrière. Dat is iets dat bleef ‘hangen’ tot ik dat programma van Tom Waes enkele jaren geleden zag: Tomtesterom. Hij liep in één van de afleveringen de Marathon des Sables (een race van 250 km door de Sahara in 5 etappes red.). Toen dacht ik: dat ga ik doen om te bewijzen dat diabeten niet zomaar afgeschreven mogen worden. (heel nuchter)
Ik heb ‘em uitgelopen, met een redelijk goed resultaat dan nog: de top 100. Zo is het begonnen: dat was de eerste! (glimlacht rustig)

ChapeauHoe heb je je hierop voorbereid? 

Ik was eigenlijk niet echt loper. Na vier maanden trainen liep ik de eerste marathon, maar in totaal ging er toch 1,5 jaar van training aan de Marathon des Sables vooraf. Ik liep dan ook steeds een stukje verder, maar niet tegen de snelheden die marathonlopers normaal aanhouden. Ofwel kies je voor de ‘kortere’ marathonafstand in een snelle tijd, ofwel ga je verder en moet je je tempo aanpassen. Doseren!
Verder ben ik goed opgevolgd door een medisch team uit Leuven. Daar heb ik testen gedaan, gelopen in warmtecabines en laten berekenen hoeveel zout ik bij zulke hoge temperaturen verlies. De ene persoon is de andere niet bij zo’n hitte… Ik bleek bijvoorbeeld écht veel zout te verliezen, waardoor ik tijdens de wedstrijd veel zout moest innemen.
De hoeveelheden water onderweg zijn beperkt en voor iedereen dezelfde… ook voor de wandelaars. Voor mij was het eigenlijk een geluk dat ik kon lopen met zo’n portie water. Die wandelaars hebben het zwaarder: zo lang dat die onderweg zijn!

“Als je alleen loopt, kan je ook slechte momenten hebben die 3 à 4 uur kunnen duren.” – Olivier Kronal

Blijft er nog tijd over voor andere hobby’s dan?

Eigenlijk niet, zeker niet omdat ik daarnaast ook als postoverste bij Securitas werk. Ik draai zelf ook nog mee op de werkvloer en dan blijft de administratie over voor thuis. Dat is heavy… 

Waarom dan toch kiezen voor een sport die zoveel tijd inneemt?

Wat mij vooral aanspreekt zijn die momenten waarop je alleen bent en een enorme rust en kalmte ervaart. Het zijn bijna bezinningsmomenten. Je bent dan ook lang onderweg, hè! Daarbij zijn er natuurlijk nog verschillen: de marathon des sables was opgedeeld in etappes. Daardoor ben je 6 dagen aan het lopen met pauzes waarin je kan rusten. Er zijn ook non-stop wedstrijden zoals de Trail des Vosges, waarbij je 60 uur onderweg bent, maar dan wel achter elkaar! Dat slaapgebrek op die momenten: daarmee moet je leren omgaan! Iets minder fijn is natuurlijk ook de pijn: na een tijdje begin je echt alles te voelen. Je moet dat een plaats leren geven.

Je sprak daarnet al even over de enorme rust van de momenten alleen. Heb je daarnaast ook steun aan je medelopers?

Sowieso: het is een kleine wereld, hè. We staan met 100-150 mensen aan de start en dat is niet veel. Iedereen kent iedereen. Je pept elkaar ook op als je in groep loopt. Als je alleen loopt, kan je ook slechte momenten hebben die 3 à 4 uur kunnen duren. De ervaring leert je dat die voorbijgaan en dat je er terug bovenop komt. Dat is raar, hè? Je lichaam past zich aan en je kan weer verder. Soms loop je in groep, maar kom je ook van die momenten tegen. Ik word dan wat stiller en antwoord niet meer. De rest voelt dan aan: ze moeten mij efkes gerust laten en dat vind ik mooi. Af en toe zit je gewoon volledig down… 
Tijdens de trainingen ben ik meestal alleen en dan loop ik met muziek. Dat doe ik ook als ik bij wedstrijden niet in een groepje zit; anders is dat wat asociaal.

3 à 4 uur slecht voelen?! Ik kan het me gewoon niet voorstellen… Dat is voor mij een marathon…

Ja, maar het is anders lopen.. Ik heb veel respect voor marathonlopers: die vertrekken, die gaan en die blijven gaan! Bij ultratrail wissel je wandelen en lopen af.

Hoe ga je om met blessures?

Over het algemeen voel ik niet zoveel van de belasting op mijn lichaam. Nu is het zo dat ik zeker 1 à 2 weken rust respecteer na zo een ultramarathon van 200 kilometer. Dan doe ik even absoluut niks! (lacht)
Ik ben niet zo blessuregevoelig, maar het is belangrijk genoeg tijd te nemen om naar zo’n ultramarathon toe te werken… Soms heb ik net iets te weinig maanden en dan voel ik de overbelasting, waardoor er blessures kunnen ontstaan… Door de ervaringen van de afgelopen jaren heb ik er gelukkig steeds minder last van.

Hoe ziet een trainingsschema bij jou eruit?

Ik wissel af tussen lange trainingen van 30 à 40 kilometer op een rustig tempo met intervaltrainingen om de snelheid te bewaren. Voor ultralopen werkt dat goed. Altijd dezelfde lange trainingen zouden je lichaam in een log systeem veranderen: af en toe geef ik het door die snelle loopjes eens een oppepper! Het is eens een ander soort uitdaging. Tijdens een wedstrijd speelt tijd voor mij veel minder een rol: het gaat om het uitlopen. De echte toppers zijn daar natuurlijk wel mee bezig, maar daarvoor heb je wel écht de juiste genen nodig! Die leven ook alleen puur voor de sport en met mijn werk is zo’n levensstijl onmogelijk. Kílian Jornet zal ik niet zomaar evenaren! (lacht) Die mannen wonen in zo’n bergomgeving en lopen daar elke dag…

Hoe ziet jouw loopjaar er zowat uit?

Ik probeer twee grote wedstrijden per jaar te doen: dat gaat dan over 200 à 250 kilometer. De periode van 4 à 5 maanden daarvoor leef en train je daar naartoe. Buiten die periodes laat ik mij graag eens gaan: een pintje pakken met de vrienden kan best! Ik leef niet 100% volgens de regels, wat marathonlopers bijvoorbeeld iets meer doen.
Verder doe ik tijdens die trainingsperiode intervaltrainingen, rond de Nekker bijvoorbeeld, en langere afstanden langs de Dijle richting Werchter en terug. Om de twee weken staat er nog een derde training per week op het programma: een wedstrijd. Dat prikkelt wat meer, maar de afstanden blijven beperkt tot rond de 40 kilometer of iets meer. Doordat ik echt naar die lange ultra’s werk, blijven dit trainingen voor mij.

Doe je vlak voor zo’n grote wedstrijd ook aan taperen (Reduceer van de omvang van de trainingen in de voorbereiding op je belangrijke wedstrijd red.)?

De laatste week voor de wedstrijd train ik niet meer en doe ik aan koolhydraten stapelen. De reserves worden dan volledig opgeladen. Ik moet dan als diabetespatiënt een pak meer insuline spuiten, wat het natuurlijk wat moeilijker maakt. Niet onoverkomelijk: doorzetten en karakter hebben! Dat is heel eigen aan deze sport: het mentale is zó belangrijk. Op de duur begint alles pijn te doen en zitten de blaren overal, maar dan moet je karakter hebben. Dan is de fun eraf, wat bij mij meestal rond 120 kilometer komt.

Kan je ons enkele hoogtepunten qua wedstrijd beschrijven?

De Marathon des Sables blijft voor mij een hoogtepunt: ik was de eerste Belg met diabetes die deze uitdaging wist te volbrengen. Vanuit deze ervaring probeer ik nu ook andere mensen te inspireren. Peter Van Rompaey, een andere diabeet-atleet, heeft de afgelopen editie ook uitgelopen en daarbij was ik dan ook nauw betrokken.

Hoe ga je onderweg met deze ziekte om?

Het probleem bij de Marathon des Sables is dat de race gedaan is zodra ze medisch moeten ingrijpen… Als je dan ook nog eens weet dat insuline koel bewaard moet worden, begrijp je dat dit echt een hele grote uitdaging is! Onderweg eet je gelletjes, maar ook vaste voeding. Je loopt zo lang dat je echt niet zonder kan: dat is vaak zo bij die lange afstanden. Als je eet, worden die suikers door insuline uit de pancreas naar de spieren en organen gebracht. Wij moeten als patiënten zelf pancreas spelen want we maken geen insuline aan. Alle suiker blijft anders in ons bloed zitten. Ook onderweg moeten we insuline bijgeven, waarbij ik gebruik maak van een ingeplante sensor. Te hoge bloedsuiker betekent insuline bijspuiten. Als ie te laag staat, moet ik zo snel mogelijk suiker innemen. Daar hebben andere lopers minder mee te maken.
Tijdens de Marathon des Sables heb ik geen grote problemen met mijn bloedsuikerspiegel gehad, maar tijdens de Legends trail heb ik na 150 kilometer moeten opgeven… Ik zat tijdens de eerste 20 kilometer constant in hypo: te lage suiker. Tijdens het lopen is het zeer moeilijk dat omhoog te krijgen en dat kruipt in je hoofd…

“Toen dacht ik: dat ga ik doen om te bewijzen dat diabeten niet zomaar afgeschreven mogen worden.” – Olivier Kronal

Wil je nog een andere loopervaring met ons delen?

Trail des Vosges van 200 kilometer in september is ook het vermelden waard. Die wedstrijd was aan één stuk: 60 uur en 12000 hoogtemeters. Dat was mijn eerste non-stop race en daarom toch wel speciaal. Bij een race in etappes kan je stoppen en rusten. Bij dit soort wedstrijden zonder pauzes moet je blijven gaan en zorgen dat je binnen de cut off times (een soort deadlines red.) een bepaalde checkpoint bereikt! Anders word je uit de wedstrijd geplaatst… Ik hou van het sociale familiegevoel bij de rustpunten van de etapperaces, maar qua sport vind ik de druk van zo’n non-stop ervaring interessanter. Die stress maakt het meer uitdagend…
Tegelijk wil ik mij niet toeleggen op het lopen binnen een bepaalde tijd zoals marathonlopers doen: ik ga die 42 kilometer nooit binnen de 3 uur uitlopen; het snelste was 3u15. Mijn lichaam is gemaakt voor langere afstanden op een ander tempo en ik werk in een shiftensysteem dat de juiste levensstijl niet toelaat. Liever verder dan sneller. (glimlacht) 

Heb je nog grote loopplannen?

De Grand Raid des Pyrénées staat in augustus op het programma: 13000 hoogtemeters over 220 kilometer. Volgend jaar zou ik graag met mijn collega-diabeet-atleet Peter Van Rompaey samen iets voor het goede doel doen. Verder staat er op de bucket-list ook de Tor des Géants, met 330 kilometer de zwaarste in de bergen. Verder misschien nog eens een woestijnrace, maar dan non-stop… Daar moet ik wel nog even naar op zoek omdat de Trans-Arabia door de problematiek in Syrië nu afgeschaft is.
Voor een aantal van die wedstrijden moet je genoeg punten verzamelen: met de Trail des Vosges en de Marathon des Sables verdien je er bijvoorbeeld allebei 6. Voor de Ultratrail de Mont Blanc moet je in drie wedstrijden dan 15 punten halen in 2 jaar tijd om te kunnen inschrijven… Daarna wordt dat dan ook nog eens uitgeloot. Dit jaar hadden Ken en ik er genoeg, maar we zijn ons vergeten in te schrijven. (lacht) Dat is wel erg zuur als je er zó voor gaat…

Wat vind je partner van jouw tijdrovende hobby? 

Ik ben nogal avontuurlijk ingesteld, maar zij gelukkig ook! We maken vaak lange trekkings samen over grote afstanden. Als we op vakantie gaan, is het vaak dat soort van verlof. Zo hebben we net in de Eifel op twee dagen 80 kilometer afgelegd. We kiezen beide wat ons het beste ligt. Bij mij zijn dat lange afstanden aan lagere snelheid

Kan je ons je eigen eetpatroon beschrijven?

Het is moeilijk om een bepaald patroon aan te houden door mijn shiften… Ik probeer zo gezond mogelijk te eten: groentes, aardappels, muesli in de ochtend,.. Eigenlijk de standaarddingen… Voor wedstrijden, zeker de week ervoor, eet ik veel koolhydraten. Dan gaat alles erin waar veel suiker inzit. Tijdens de wedstrijd eet ik afhankelijk van de afstand gelletjes of ook vaste voeding, maar dat kan nogal breed gaan! Sandwiches, stokbrood of warme maaltijden om de 50 à 60 kilometer. Dat betekent om de 10 à 11 uur… Het is vooral belangrijk je eigen lichaam te leren kennen en alles uit te testen tijdens trainingen.

Kan je ons je favoriete gerecht verklappen?

Kabeljauw of mosselen met friet horen daar zeker bij… Ik lust eigenlijk alles behalve rode kool of spruitjes (lacht). 

Erg bedankt voor dit interview, Olivier! Ik blijf jou en je mooie projecten zeker volgen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s